Het ‘dok van Perry’ in Vlissingen is met recht het oudste scheepsdok van ons land. Het dateert van 1705 en dankt zijn naam aan de ontwerper, de Engelse marineman Perry die het in 1695 tekende.
Het dok heeft eeuwenlang dienstgedaan als marine-dok, maar al vanaf het eerste begin waren er problemen. In 1707 werd al geconstateerd dat de gevreesde paalworm de balken aantastte. Ook bleken de deuren die het water van de haven tegen moesten houden, daar niet op berekend. In 1737 begon het dok serieuze lekkages te vertonen en zeven jaar later keerden ook de paalwormen nog terug. Het dok werd daarop voor langere tijd buiten gebruik gesteld.
De redding kwam in 1834, toen Tromp, een ingenieur van de Marine, het plan ontwierp om het dok uit te breiden en te restaureren. Dat gebeurde. Het dok heeft tientallen jaren als zodanig dienstgedaan tot in 1868 de Marine vertrok.
In 1875 ging het dok over in de handen van een toen nieuwe scheepswerf, later bekend als de Koninklijke Maatschappij de Schelde. De werf bestaat nog steeds, nu onder de vlag van Damen Shipyards.
De nieuwe eigenaar maakte dankbaar gebruik van het dok. De eerste onderzeeboot die in ons land werd gebouwd, kwam in dit dok tot stand! Net als tal van marineschepen en veerboten die door de werf werden gebouwd. Het dok werd enkele keren verlengd (tot 84 meter uiteindelijk) en gerepareerd. Pas in 1939 nam de werf een ander dok in gebruik, met een lengte van 150 meter. Vanaf dat moment werd het Perrydok het ‘kleine dok’ genoemd.
In 1964 werd het Perrydok aangewezen als rijksmonument, maar de scheepswerf had uitbreidingsplannen en vroeg een sloopvergunning aan. Die nog werd gehonoreerd ook.
Toch werd het dok 1974 niet gesloopt, al werd het wel afgetopt. Het werd daarna het begraven onder een laag zand waarop vervolgens een grote loods werd gebouwd. De werf respecteerde het dok in zoverre dat de palen waarop de loods was gefundeerd, naast het dok zijn geplaatst, zodat dit niet werd beschadigd.
Het ‘begraven’ rijksmonument heeft dat allemaal overleefd en sterker nog: het krijgt een rol in het nieuwe centrumplan van Vlissingen. In het kader van dat plan is de loods gesloopt en het dok weer blootgelegd.
Ter bescherming is om de voornamelijk houten constructie van het dok heen een ‘schil’ van verloren damwandplanken geplaatst. Het dok zelf is met zorg (en Europese subsidie) in ere hersteld. Toch bleken daarmee nog niet alle problemen voorbij. Het dok ligt deels in- en voor het overige bóvenop een dik zandbed. Bij het vullen en weer laten leeglopen van het dok bleek het niet helemaal waterdicht. Er kwam zand in het water en andersom, het water spoelde zand weg bij het vullen en leegpompen.
In een tijdsbestek van niet meer dan twee dagen heeft een team van Soil-ID Vochtwering achter de houten wand een waterdicht scherm aangelegd, gebruik makend van een 2-componenten-gel.
Om te voorkomen dat de nog vloeibare gel door de houten dwarsverbindingen aan de binnenkant van het dok uit zou stromen, zijn deze pen-gat verbindingen eerst dichtgemaakt met purschuim.
Het dok verkeert na de ingreep in grootse vorm, het is waarschijnlijk beter voor zijn taken berekend dan ooit. Het krijgt later een rol in het stadsgezicht van Vlissingen, meer dan 300 jaar nadat de eerste balken voor de kiel zijn gelegd.